Hoe werkt de inkomstenbelasting in Nederland 2026?

Nederland heft inkomstenbelasting via drie Box 1-schijven: 35,75% over de eerste €38.883, 37,56% over het deel tot €78.426 en 49,50% daarboven. De eerste schijf omvat naast de inkomstenbelasting (8,10%) ook de premies volksverzekeringen (AOW, Anw en Wlz — samen 27,65%). Heffingskortingen zoals de algemene heffingskorting (maximaal €3.115) en de arbeidskorting (maximaal €5.685) verlagen de effectieve belastingdruk aanzienlijk voor middeninkomens.

Box 1-belastingschijven 2026

De Nederlandse inkomstenbelasting hanteert voor 2026 drie schijven in Box 1 (inkomen uit werk en woning). Over de eerste €38.883 geldt een gecombineerd tarief van 35,75%. Over het inkomen van €38.883 tot €78.426 geldt 37,56%. Over al het inkomen boven €78.426 geldt het toptarief van 49,50%. De schijven zijn cumulatief: een hoger tarief geldt uitsluitend over het gedeelte van het inkomen dat in die schijf valt. De schijfgrenzen worden jaarlijks geïndexeerd. De grenzen voor 2026 — €38.883 en €78.426 — zijn vastgelegd in het Handboek Loonheffingen 2026 (versie maart 2026) van de Belastingdienst.

Wat zit er in de eerste schijf: inkomstenbelasting en volksverzekeringen

Het tarief van 35,75% in de eerste schijf is een combinatie van twee componenten. Het inkomstenbelastingdeel (loonbelasting) bedraagt 8,10%. Daarnaast bevat de eerste schijf de premies volksverzekeringen van 27,65%: AOW (17,90%), Anw (0,10%) en Wlz (9,65%). Boven de schijfgrens van €38.883 vervalt het volksverzekeringsdeel volledig. De tweede schijf (37,56%) en de derde schijf (49,50%) bevatten uitsluitend inkomstenbelasting. De maximale premiegrondslag waarover volksverzekeringspremies verschuldigd zijn, bedraagt €38.883 per jaar.

Heffingskortingen: algemene heffingskorting en arbeidskorting

Heffingskortingen verminderen rechtstreeks de verschuldigde belasting — niet het belastbaar inkomen. Daardoor ligt de effectieve belastingdruk lager dan de schijftarieven doen vermoeden. De algemene heffingskorting (AHK) bedraagt maximaal €3.115 voor belastingplichtigen jonger dan de AOW-leeftijd (67). De korting daalt bij inkomen boven €29.736 met 6,398% per euro en is volledig afgebouwd bij €78.426. De arbeidskorting (AK) bedraagt maximaal €5.685. Hij bouwt op met het arbeidsinkomen en daalt daarna met 6,51% per euro boven €45.592. Bij een inkomen van €132.920 of meer is de arbeidskorting nul. Beide kortingen zijn niet-terugbetaalbaar: ze verlagen de belasting tot nul, maar nooit daaronder.

De loonheffing op de salarisstrook

De werkgever houdt maandelijks loonheffing in op het brutoloon. De inhouding volgt het voortschrijdend cumulatief rekenen (VCR): de heffing wordt berekend op basis van het gecumuleerde jaarloon, zodat de jaarlijkse belastingdruk gelijkmatig over alle loonperiodes wordt verdeeld. De loonheffingskorting (de gecombineerde heffingskorting op de salarisstrook) mag een werknemer bij slechts één werkgever of uitkeringsinstantie tegelijk aanvragen. Bij een tweede baan past de tweede werkgever geen kortingen toe; het volle schijftarief wordt ingehouden. Een eventueel tekort of overschot wordt via de aangifte inkomstenbelasting verrekend. De werkgeversheffing ZVW (6,10% over maximaal €79.409) is een aparte werkgeverslast die bovenop het brutoloon komt en niet als aftrekpost op de salarisstrook van de werknemer verschijnt.

Bijzondere situaties: AOW-leeftijd, tweede baan en expatregeling

Belastingplichtigen die de AOW-leeftijd (67) hebben bereikt, betalen geen AOW-premie meer. Daardoor daalt hun eerste-schijftarief van 35,75% naar 17,85%. De schijfgrenzen en de tarieven in schijf 2 en 3 blijven ongewijzigd. Expats met een geldige 30%-ruling (expatregeling) kunnen 30% van het loon onbelast ontvangen als vergoeding voor extraterritoriale kosten. Het belastbare loon na aftrek valt onder de normale Box 1-tarieven. De ruling geldt maximaal vijf jaar en vereist een belastbaar loon van ten minste €48.013 per jaar (of €36.497 voor jonge specialisten onder de 30 jaar met een mastergraad). Verifieer uw persoonlijke belastingpositie altijd met een belastingadviseur.

FAQ

Wat zijn de Box 1-belastingschijven in Nederland voor 2026?

In 2026 gelden drie schijven: 35,75% over de eerste €38.883 (inclusief premies volksverzekeringen), 37,56% over €38.883 tot €78.426 en 49,50% over al het inkomen daarboven.

Wat zijn heffingskortingen en hoeveel bedragen ze in 2026?

Heffingskortingen verminderen direct de te betalen belasting. De algemene heffingskorting bedraagt maximaal €3.115 en de arbeidskorting maximaal €5.685 voor belastingplichtigen jonger dan 67. Beide kortingen worden geleidelijk afgebouwd bij hogere inkomens en zijn nul boven respectievelijk €78.426 en €132.920.

Mag ik de loonheffingskorting bij meerdere werkgevers aanvragen?

Nee. U mag de loonheffingskorting bij slechts één werkgever of uitkeringsinstantie tegelijk aanvragen. Bij een tweede baan houdt die werkgever het volledige schijftarief in zonder kortingen toe te passen. Een over- of onderbetaling wordt gesaldeerd via de aangifte inkomstenbelasting.

Wanneer geldt het toptarief van 49,50% en wat is dan het effectief marginale tarief?

Het toptarief van 49,50% geldt voor het inkomensdeel boven €78.426. Boven €132.920 zijn ook de heffingskortingen volledig afgebouwd, zodat elke extra verdiende euro dan effectief tegen 49,50% wordt belast. Raadpleeg altijd een belastingadviseur voor uw persoonlijke situatie.

⚠️ Indicatieve schatting, geen belastingadvies. Loonsoftware kan in randgevallen afwijken. Controleer bij een professional.